Home
 De organisatie
 Natuur & Milieu
 Publicaties
 Links
 Contact
 
DE ORGANISATIE: het ontstaan
Situatie kokkelvisserij vroeger

De Nederlandse kokkelvisserij heeft een lange geschiedenis. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat kokkels reeds in de vroege middeleeuwen gegeten werden. Aannemelijk is dat de kokkels toen met de hand werden verzameld op droogvallende zandplaten in de kustwateren. Rond 1930 werd jaarlijks voor 10.000 gulden aan kokkels aangevoerd. Het verzamelen van kokkels vond vooral plaats tussen Harlingen en Terschelling. Daar gebruikte men traditioneel gereedschap als 'beugels' of 'klauwen' voor. Na het sluiten van de Zuiderzee liep de productie van kokkels hard achteruit. Het duurde lange tijd voordat de kokkelvisserij opnieuw op een rendabele wijze uitgeoefend kon worden.

In 2004 werd om politieke redenen (om aardgaswinning mogelijk te maken) de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee door het kabinet met ingang van 1-1-2005 verboden.

 

Sinds het einde van de jaren vijftig van de vorige eeuw worden de meeste kokkels gevist met speciale kokkelkorren (zie foto). Een waterstraal maakt de bovenste 2-3 cm van de bodem, waarin de kokkels zich hebben ingegraven, los. Gelijktijdig worden de kokkels in de kor opgezogen.

   
In de kor is een rooster gemaakt met openingen van 15 mm. waardoor het zand, kleine kokkels en eventuele andere bodemdieren worden teruggespoeld. De grotere kokkels komen via een waterstroom door een zuigbuis aan dek van het kokkelvaartuig. Daar worden kokkels en water via een zeef met spijlbreedte van 15 mm gescheiden. Eventueel nog resterende kleine kokkels vallen door de zeef en gaan direct weer overboord. Kleine kokkels graven zich binnen enkele minuten weer in de bodem.